aanschieten

/ˈansxitə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) licht raken
  2. ov (ov) vlug aandoen
    Bij het aanschieten van zijn kleren had zijn lichaam al zacht tintelend aangevoeld, als bevroren vingertoppen waar opnieuw warm bloed doorheen stroomt.
    En ik weet zeker dat ze, als ze het een enkele keer deden, gestoord zouden worden door de onverbiddelijke bel en meneer Dolland zijn zwarte jas zou moeten aanschieten om boven aan te treden.
  3. ov (ov) toesnellen

Uitdrukkingen

  • (volks) aangeschoten: licht dronken
  • iemand aanschieten: terloops naar iemand komen en hem aanspreken

Vertalingen

Engelswound