aanschuiven

/ˈansxœyvə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) schuivend dichtbij brengen of aanbrengen
  2. erga (erga) aan tafel komen zitten om mee te eten
    En terwijl ik afdaal, voel ik me weer even het meisje dat elke ochtend vol goede moed aan de ontbijttafel aanschoof.