aanslepen
/ˈanslepə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) met moeite of in grote hoeveelheden aandragenZe hadden een flinke lading brandhout aangesleept uit het bos.
- lang durenDe discussie sleept al lang aan.
- achter zich ~: met zich meetrekkenZe sleepte twee kinderen achter zich aan.' 'Heb je bedacht datje ooit weer zult kunnen lopen?' 'Misschien kan ik mijn ene voet achter mij aanslepen.
Vertalingen
Duitsheranschleppen, anschleppen, herbeischleppen
Spaanstardar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek