aansluiting

vrouwelijk (de)/ˈanslœytɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verbinding
    Het jonge meisje vond snel aansluiting bij haar collega's.
    Ik heb een aansluiting op het internet via de telefoonlijn.
    In elk geval heb ik weer aansluiting met de wereld.
  2. overstapmogelijkheid
    Ik heb de aansluiting met de bus gemist.
    Als je de regionale aansluitingen buiten beschouwing liet, was het aannemelijk dat ze om vijf voor zeven naar het zuidelijker gelegen Gôteborg waren gereisd of tien minuten later naar Stockholm.
  3. het overgaan tot
    In aansluiting op de openingsceremonie konden we genieten van de openingswedstrijd.
  4. in aansluiting bij/aan: aansluitend bij
    Dankzij de bikini vond de moderniteit weer aansluiting bij de heidense vrijheid van de oude Romeinen en Grieken, die met hun beelden, mozaïeken en Olympische Spelen hadden laten zien hoe je trots kunt zijn op de schoonheid en de atletische vormen van het lichaam.

Etymologie

* van aansluiten

Vertalingen

Engelsconnection
Spaanscomunicación, conexión, empalme
Italiaanscomunicazione