aansnijden

/ˈansnɛidə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) het eerste stuk er afsnijden
  2. ov (ov) over iets beginnen
  3. sport (sport) de bal met de binnen- of buitenkant van de voet naar een medespeler schieten

Vertalingen

Engelscut
Fransentamer
Duitsanschneiden
Spaansempezar, decentar, encentar