aansnijden
/ˈansnɛidə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) het eerste stuk er afsnijden
- (ov) over iets beginnen
- (sport) de bal met de binnen- of buitenkant van de voet naar een medespeler schieten
Vertalingen
Engelscut
Fransentamer
Duitsanschneiden
Spaansempezar, decentar, encentar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek