aansporen

/ˈansporə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) nadrukkelijk aanzetten tot een bepaalde actie
    Zij werden aangespoord door hun supporters om niet op te geven.
    Hoewel sommige hersencellen haar aanspoorden tot vriendelijke lichaamstaal, wilde een bepaald gedeelte hieraan niet meewerken.
    Kardashian droeg de originele jurk overigens alleen op de rode loper; eenmaal binnen trok de realityster een replica van de jurk aan. Toch kwam er vandaag kritiek vanuit de museumwereld: conservatoren wezen op de kwetsbaarheid van historische kledingstukken en vrezen dat Kardashian met haar keuze anderen aanspoort om ontwerpen te dragen die achter glas thuishoren.

Vertalingen

Engelsspur on
Duitsanspornen, anregen
Spaansespolear, aguijar, aguijonear
Italiaanseccitare