aanstaand

/anˈstant/

Betekenis

werkwoord
  1. eerstvolgend, komend
    De volgende vergadering zal aanstaande maandag plaats vinden.
    De aanstaande moeder verwacht over één maand haar baby.
    De aanstaande president wordt morgen gekozen.

Etymologie

*"aanstaan" met de uitgang -d

Vertalingen

Engelsforthcoming
Spaansque viene, cercano, entrante
Italiaansprossimo