aanstalten

meervoud/ˈanstɑltə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. toebereidselen, voorbereidende maatregelen
    Wij maakten aanstalten om naar het feest te gaan.

Etymologie

* van "Anstalten" als deel van de uitdrukking "Anstalten machen"

Uitdrukkingen

  • aanstalten makenvoorbereidingen treffen