aansteker
mannelijk (de)/ˈanstekər/
Wat is de betekenis van aansteker?
aansteker betekent: (gereedschap) apparaatje om vuur te maken
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (gereedschap) apparaatje om vuur te maken
- brandstichter
Voorbeelden van "aansteker" in een zin
- Een roker die geen aansteker bij zich heeft kan zijn sigaret niet aansteken.
- ' Met trage passen ging hij hen voor de houten trap op en toen ze waren gaan zitten, stak Lowrie een sigaret tussen zijn neerwaarts gebogen lippen en begon met een aansteker te knippen.
Etymologie
*afgeleid van aansteken
Vertalingen
Engelslighter
Fransbriquet
DuitsFeuerzeug
Spaansmechero, encendedor, yesquero
Russischзажигалка
Poolszapalniczka
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek