aanstellen

/ˈanstɛlə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) iemand ~ tot: benoemen
    Hij werd aangesteld tot bestuurder.
  2. refl (refl) zich ~: zich overdreven gedragen, onecht doen
    Ach, stel je niet zo aan!
    Wij mogen dan weifelen, boos of onzeker worden en ons aanstellen, maar met een beetje geluk zal in het werktuig dat we maken uiteindelijk geen spoor van onze zwakheden achterblijven.

Vertalingen

Engelsappoint
Spaansnombrar
Italiaansnominare