aanstelster

vrouwelijk (de)/ˈanstɛlstər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand van het vrouwelijk geslacht die zich aanstelt
    Zij overdrijft altijd zo, ze is echt een aanstelster.
    Wat ben je toch een koukleum, ging het door haar heen. Een aanstelster.

Etymologie

* van aanstellen