aanstichten

/ˈanstɪxtə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) veroorzaken
    Hij wordt beschuldigd van het aanstichten van rellen.
    De verdachte heeft bekend de brand te hebben aangesticht.
    Aanstichten tot werkweigering.

Vertalingen

Engelsinstigate
Spaansinstigar, maquinar
Italiaansistigare