aantocht

mannelijk (de)/ˈantɔxt/

Wat is de betekenis van aantocht?

aantocht betekent: in aantocht zijn naderen; nadering

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. in aantocht zijn naderen; nadering

Voorbeelden van "aantocht" in een zin

  • Alle kinderen hoopten dat ondanks de motorstoring van de pakjesboot dat Sinterklaas toch in aantocht was.
  • De lente is in aantocht.
  • 'Hoi hoi!' De roep, samen met de overweldigende geur van aftershave, waarschuwde Rebecca dat Chris Fenton in aantocht was.