aantocht
mannelijk (de)/ˈantɔxt/
Wat is de betekenis van aantocht?
aantocht betekent: in aantocht zijn naderen; nadering
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- in aantocht zijn naderen; nadering
Voorbeelden van "aantocht" in een zin
- Alle kinderen hoopten dat ondanks de motorstoring van de pakjesboot dat Sinterklaas toch in aantocht was.
- De lente is in aantocht.
- 'Hoi hoi!' De roep, samen met de overweldigende geur van aftershave, waarschuwde Rebecca dat Chris Fenton in aantocht was.
Veelgestelde vragen over aantocht
Wat is de betekenis van aantocht?
aantocht betekent: in aantocht zijn naderen; nadering
Welk woordgeslacht heeft aantocht?
aantocht is een mannelijk (de).
Hoe gebruik je aantocht in een zin?
Voorbeeld: “Alle kinderen hoopten dat ondanks de motorstoring van de pakjesboot dat Sinterklaas toch in aantocht was.”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek