aantrok
ˈantrɔk
Wat is de betekenis van aantrok?
aantrok betekent: enkelvoud verleden tijd van aantrekken
Betekenis
werkwoord
- enkelvoud verleden tijd van aantrekken
Voorbeelden van "aantrok" in een zin
- ... dat ik aantrok.
- ... dat jij aantrok.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek