aanvalligheid
vrouwelijk (de)/an'vɑləxhɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het bekoorlijk en bevallig zijn, meestal van kinderen en jonge vrouwen
- iets dat bekoorlijk of bevallig is
Etymologie
* afleiding van aanvallig
Vertalingen
Engelssweetness, charm
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek