bekoorlijkheid
vrouwelijk (de)/bə'korləkhɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de hoedanigheid van het kunnen bekorenJe moet de bekoorlijkheid van het onderwerp niet onderschatten.
Etymologie
*Afgeleid van bekoorlijk .
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek