schoonheid
vrouwelijk (de)/ˈsxoːn·hɛɪt/
Wat is de betekenis van schoonheid?
schoonheid betekent: de hoedanigheid prachtig en aantrekkelijk te zijn
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de hoedanigheid prachtig en aantrekkelijk te zijn
- iemand (in het bijzonder een vrouw) die schoonheid bezit
Voorbeelden van "schoonheid" in een zin
- Ik begon de schoonheid om mij heen weer te zien en de prachtige uitzichten te waarderen en bijna als vanouds sprong ik in elk meertje dat ik tegenkwam.
- Hier zie ik een godvruchtig oog voor de schoonheid van basisbenodigdheden.
- Je kunt geloven dat er sprake was van schoonheid en moed, ervan overtuigd zijn dat je ooit zo was, maar je kunt het nooit zeker weten.
- Deze vos is volgzaam maar sterk, een schoonheid.
- Saskia Mulder, een struise blonde die door onze wat oudere medewerkers ongetwijfeld wordt gezien als een volkse schoonheid, werkte al.
Etymologie
*Afgeleid van schoon .
Vertalingen
Engelsbeauty
Fransbeauté
DuitsSchönheit, Schönheit
Spaansbelleza, hermosura
Italiaansbellezza
Portugeesbeleza
Russischкрасота
Japans美しい, 美
Arabischجمال, طلاوة
Turksgüzellik
Poolspiękno
Zweedsskönhet
Deensskønhed
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek