aanvalsdrang

mannelijk (de)/aɱvɑlsˌdrɑŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sport, militair (sport) (militair) neiging om de tegenstander actief tegemoet te treden en te bestrijden
    Na rust maakte het brave spel plaats voor iets meer lef. Even leek het of AZ meer druk ging zetten, maar heel overtuigend was het niet. AZ had moeite de aanvalsdrang in grote kansen om te zetten. Bodø/Glimt zakte ook niet in, bleef voetballen en kreeg na een klein uur de kans om de wedstrijd min of meer te beslissen.