aanvalskracht
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈaɱvɑlsˌkrɑxt/
Wat is de betekenis van aanvalskracht?
aanvalskracht betekent: (sport) (militair) vermogen om de tegenstander actief tegemoet te treden
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sport) (militair) vermogen om de tegenstander actief tegemoet te treden
Voorbeelden van "aanvalskracht" in een zin
- Uiteindelijk won de kwaliteit het van de illusie. De aanvalskracht van de schaamteloze keus voor de verdediging. Goliath van David. De nummer twee van Engeland van de nummer zeven van Spanje. Villarreal, dat in de knock-out fase nog niet had verloren, zwichtte onder de druk van Anfield, wat geen schande is. Drie jaar geleden werd FC Barcelona er nog met 4-0 vernederd in een zinderende return
- Daar is de technische staf volgens trainer Jeffrey Scharbaai zeer content met haar komst. „Maureen draait al een tijdje mee in de top van de eredivisie. Ze is een fysiek sterke speelster, met veel aanvalskracht en een goed blokkerend inzicht. Ze kan zorgen voor een goede balans in het team en is daarmee een waardevolle aanwinst.”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek