aanvangen

/ˈaɱvɑŋə(n)/

Wat is de betekenis van aanvangen?

aanvangen betekent: (erga) beginnen, starten

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) beginnen, starten
  2. ov (ov) starten

Voorbeelden van "aanvangen" in een zin

  • Er was een nieuwe droogteperiode aangevangen.
  • Het schooljaar zal dit jaar een maand later aanvangen.
  • We hebben de werkzaamheden meteen aangevangen.

Veelgestelde vragen over aanvangen

Wat is de betekenis van aanvangen?

aanvangen betekent: (erga) beginnen, starten

Hoeveel betekenissen heeft aanvangen?

aanvangen heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je aanvangen in een zin?

Voorbeeld: “Er was een nieuwe droogteperiode aangevangen.

Etymologie

* In de betekenis van ‘beginnen’ voor het eerst aangetroffen in 1350

Vertalingen

Engelsbegin, commence
Franscommencer, débuter
Duitsanfangen, beginnen
Spaanscomenzar, empezar