aanvang
mannelijk (de)/ˈaɱvɑŋ/
Wat is de betekenis van aanvang?
aanvang betekent: begin
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- begin
Voorbeelden van "aanvang" in een zin
- De aanvang van het concert is om 20.00 uur.
- Tante Sophie, attent als altijd en beseffend dat het goed voor me zou zijn om voor de aanvang van de lessen iets over mijn medeleerlingen te weten, nodigde de twee meisjes uit om op Rowans House thee te komen drinken.
- Daarom sloop hij een kwartier voor aanvang naar de keuken van het paleis en dronk daar, staand voor de ijskast, binnen drie minuten twee ijskoude blikjes Heineken helemaal leeg.
Veelgestelde vragen over aanvang
Wat is de betekenis van aanvang?
aanvang betekent: begin
Welk woordgeslacht heeft aanvang?
aanvang is een mannelijk (de).
Hoe gebruik je aanvang in een zin?
Voorbeeld: “De aanvang van het concert is om 20.00 uur.”
Etymologie
* van aanvangen
Vertalingen
Engelsbeginning
Franscommencement, début
DuitsAnfang, Beginn
Spaansprincipio, comienzo
Poolspoczatek
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek