aanvankelijk
aɱˈvɑŋkələk
Wat is de betekenis van aanvankelijk?
aanvankelijk betekent: in het begin, oorspronkelijk
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- in het begin, oorspronkelijk
bijwoord
- in het begin
Voorbeelden van "aanvankelijk" in een zin
- Aanvankelijk was de aarde woest en ledig.
- Hoewel ze aanvankelijk vaak ruzie maakten zijn ze nu toch de beste vrienden.
Etymologie
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘bijwoord van tijd: in het begin’ voor het eerst aangetroffen in 1784
Vertalingen
Engelsinitial
Poolspoczątkowy
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek