aanvoerderschap
onzijdig (het)/'anvurdərsxɑp/
Wat is de betekenis van aanvoerderschap?
aanvoerderschap betekent: (sport) de titel van aanvoerder hebben in een sportteam
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sport) de titel van aanvoerder hebben in een sportteam
Voorbeelden van "aanvoerderschap" in een zin
- Het was Rusland met Guus Hiddink die in de kwartfinales een eind maakt aan de EK-droom van Nederland (1-3). En aan het aanvoerderschap van Van der Sar, want de keeper had aangekondigd bij Oranje te stoppen na het toernooi.
- De veel scorende spits voelt zich in zijn eer aangetast, nadat Inter hem als straf het aanvoerderschap had ontnomen. Icardi haalde zich daarmee de woede van veel fanatieke fans op de hals.
Etymologie
* afleiding van aanvoerder
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek