aanwensel

onzijdig (het)/ˈaɱwɛnsəl/

Wat is de betekenis van aanwensel?

aanwensel betekent: hebbelijkheid, gewoonte

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. hebbelijkheid, gewoonte

Voorbeelden van "aanwensel" in een zin

  • Vooraan herkent Mia rechter Sophie met haar blonde paardenstaart en haar aanwensel om op haar potlood te kauwen als ze nerveus is.

Etymologie

* van aanwennen

Vertalingen

Engelshabit
Italiaansvizio