aanwezig

aɱˈwezəx

Wat is de betekenis van aanwezig?

aanwezig betekent: tegenwoordig zijn, er zijn (van mensen)

Betekenis

bijvoeglijk naamwoord
  1. woorden met artikelreferenties, woorden met boekreferenties tegenwoordig zijn, er zijn (van mensen)
  2. woorden met artikelreferenties ter beschikking zijn, voorhanden zijn (van dingen)

Voorbeelden van "aanwezig" in een zin

  • Het aanwezige publiek was dolenthousiast.
  • Het was dus maar zeer de vraag of het iets had uitgemaakt als hijzelf aanwezig had kunnen zijn bij de laatste fase van het storten, toen het ongeluk plaatsvond.
  • Alle vormen van speelplezier zijn aanwezig.
  • Je ziet ook hoe het leven langzaam uit de Route is weggetrokken. De romantiek van het verval is overvloedig aanwezig. Verlaten, met gras en onkruid overwoekerde tankstations.

Betekenis en uitleg van aanwezig

Het woord 'aanwezig' verwijst naar het feit dat iemand of iets zich op een bepaalde plek bevindt of deel uitmaakt van een situatie. Het impliceert een actieve deelname of aanwezigheid die opgemerkt kan worden.

Je gebruikt 'aanwezig' vaak in situaties waarin je wilt aangeven dat iemand fysiek aanwezig is, zoals op een vergadering of een evenement. Het kan ook een bredere betekenis hebben, zoals in het geval van betrokkenheid of invloed in een bepaalde context. De nuance kan variëren van letterlijk aanwezig zijn tot figuurlijk, zoals in de zin van geestelijke aanwezigheid of betrokkenheid.

Voorbeelden

  • Tijdens de vergadering waren alle teamleden aanwezig, wat de discussie veel effectiever maakte.
  • Hij was niet alleen fysiek aanwezig op het feest, maar ook geestelijk betrokken bij de gesprekken.
  • De klant was aanwezig bij de presentatie, wat de betrokkenheid bij het project benadrukte.

Veelgestelde vragen over aanwezig

Wat is de betekenis van aanwezig?

aanwezig betekent: tegenwoordig zijn, er zijn (van mensen)

Hoeveel betekenissen heeft aanwezig?

aanwezig heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je aanwezig in een zin?

Voorbeeld: “Het aanwezige publiek was dolenthousiast.

Etymologie

In de betekenis van ‘voorhanden’ voor het eerst aangetroffen in 1561

Vertalingen

afaanwesig
Duitsanwesend
Engelspresent
eoceestanta
filäsnä (oleva)
Fransprésent
Italiaanspresente
lapraesens
Poolsobecny
Spaanspresente
Zweedsnärvarande