aanwonende
mannelijk/vrouwelijk (de)/an'wonəndə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- mensen die aan een bepaalde straat, weg of water wonenToeristen met een eigen boot mogen vanaf vrijdag niet meer zomaar door het toeristische dorp Giethoorn varen. De grachten zijn in de weekeinden en tijdens de zomervakantie overdag alleen toegankelijk voor aanwonenden, beroepsvaart en verhuurboten. Met die maatregel wil burgemeester Rob Bats gezondheidsrisico’s door het coronavirus in het soms uitpuilende dorp voorkomen.
Etymologie
* afleiding van aanwonend
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek