aard
mannelijk (de)/art/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- wezen, natuur, karakterHij is even driftig als zijn vader, hij heeft namelijk een aardje naar zijn vaartje.Dorien had eindelijk haar ware aard getoond.Volstrekt meedogenloos geëxecuteerde krijgsgevangenen, wat mensen de ogen had moeten doen openen voor de ware aard van het bolsjewisme.
- (in samenstellingen) met betrekking tot de aarde
Etymologie
* In de betekenis van ‘akker’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1019
Uitdrukkingen
- van dien aard
- n=1
- n=1
- n=1
Vertalingen
Engelscharacter
Fransnature
DuitsArt, Beschaffenheit
Spaanscarácter
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek