aardappeleter

mannelijk (de)/'ardɑpəletər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die (vaak) aardappels eet
    We blijven aardappeleters en woensdag is voor heel wat mensen absoluut dé gehaktdag.
    Met zo’n 160 kilo per persoon per jaar gelden Wit-Russen als de grootste aardappeleters ter wereld, gevolgd door Oekraïners, Kazachen en Russen.[https://www.nrc.nl/nieuws/2025/05/20/geen-volk-eet-zoveel-aardappels-het-tweede-brood-als-de-wit-russen-maar-nu-zijn-de-schappen-leeg-a4893959?t=1748875141 www.nrc.nl (20 mei 2025)]
  2. spottend (spottend) Nederlander; simpel persoon uit Nederland
    Hier spreekt, vermomd als vlotte verschijning, de aardappeleter zelf. Italiaans gekleed, fraai gekapt, high-tech, maar toch een aardappeleter.