aardappelplant

mannelijk/vrouwelijk (de)/'ardɑpəlplɑnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) bepaald soort plant, waarvan aardappelen de eetbare stengelknollen zijn
    Een gemodificeerde aardappelplant naast een niet gemodificeerde, zieke plant
    De ziekte, die aardappelboeren ook in 2016 trof, gedijt goed bij de warme natte zomer van dit jaar. Phytophthora (uitgesproken als fie-tof-tor-a) is een schimmel die de aardappelplant aantast. Als boeren de schimmel aantreffen, moeten ze de planten verbranden om verspreiding te voorkomen.