aardappelschil

mannelijk/vrouwelijk (de)/'ardɑpəlsxɪl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de schil van een aardappel
    Maar toen ze zich had voorgesteld dat ze het in de vuilnisbak gooide, op de aardappelschillen, het vettige verpakkingsmateriaal en de proppen keukenpapier, had ze - misschien vanwege dat Voor Birdie- haar vingers stijf om de rug van het boek geklemd.

Vertalingen

Engelspotato-peel