aardbeienjam

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) jam van aardbeien
    'Drusilla, wil jij hier gaan zitten?' Er was brood met boter en aardbeienjam, en kleine cakes met gekleurde suikerglazuur.
    Ik ben benieuwd of ze die harde witte bolletjes weer bij het ontbijt hebben.En aardbeienjam. Gewoon uit zo'n voorverpakt dingetje.Voedselsnobs halen er ongetwijfeld hun verwende neusjes voor op. Die willen alleen maar jam van bosaardbeitjes die zijn besproeid met zuiver spuitwater uit een verlaten bergdorp in het Amazonegebied en van akkers die zijn bemest met keuteltjes die God zelf uitgepoept heeft, maar ik vind Hero top.

Vertalingen

Engelsstrawberry-jam
DuitsErdbeermarmelade
Spaansconfitura de fresas