Aarden

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. intr (intr) ergens ~ zich thuis voelen, wennen, gewoon worden
    Volgens haar dossier aardde Josta goed bij haar nieuwe ouders.
  2. de aard hebben van
    Volgens mij aardt ze naar haar moeder.
    Het was een pienter kereltje, vriendelijk in zijn optreden; hij aardde beslist niet naar een van zijn ouders.
  3. wennen
  4. ov, elektrotechniek (ov), (elektrotechniek) iets ~ Een elektrisch toestel of circuit met de aarde verbinden
  5. intr (intr) ~ naar: in aard overeenkomen

Etymologie

#van aardewerk gemaakt

Vertalingen

Engelsearthen, earthenware, feel
Fransde terre, en terre, se plaire
Duitsirden, aus Erde, sich eingewöhnen
Spaansde tierra, echar, acostumbrarse
Portugeesacostumar
Poolsuziemić