aardigheid

vrouwelijk (de)/'ardəxhɛɪt/

Wat is de betekenis van aardigheid?

aardigheid betekent: het prettige, het bevallige

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het prettige, het bevallige
  2. grapje
  3. kleine lieve verrassing
  4. eigenaardigheid (Vlaams)

Voorbeelden van "aardigheid" in een zin

  • Wij kregen de verzekering dat het geheim bewaard zou blijven, maar de man leek versuft, en hoewel wij terugkeerden naar ons „toneel", was de aardigheid er eigenlijk af.

Betekenis en uitleg van aardigheid

Aardigheid verwijst naar een bepaalde vriendelijkheid of gemoedelijkheid die iemand uitstraalt. Het is de eigenschap om op een positieve, aangename manier met anderen om te gaan, wat vaak leidt tot een fijne sfeer.

Je gebruikt het woord aardigheid wanneer je het hebt over iemands sociale vaardigheden of het vermogen om anderen op hun gemak te stellen. In situaties waarin je iemand wilt prijzen om zijn of haar vriendelijke en open houding, is dit een passend woord. Het heeft een warme nuance, die het gevoel van gezelligheid en saamhorigheid oproept.

Voorbeelden

  • De aardigheid van de lerares maakte de klas veel toegankelijker voor de leerlingen.
  • Tijdens het feestje viel het me op hoe de aardigheid van de gastheer iedereen meteen op hun gemak stelde.
  • Zijn aardigheid was een verademing in de drukke, stressvolle omgeving van het kantoor.

Veelgestelde vragen over aardigheid

Wat is de betekenis van aardigheid?

aardigheid betekent: het prettige, het bevallige

Hoeveel betekenissen heeft aardigheid?

aardigheid heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft aardigheid?

aardigheid is een vrouwelijk (de).

Wat zijn synoniemen van aardigheid?

Synoniemen van aardigheid zijn: lieftalligheid, attentie.

Hoe gebruik je aardigheid in een zin?

Voorbeeld: “Wij kregen de verzekering dat het geheim bewaard zou blijven, maar de man leek versuft, en hoewel wij terugkeerden naar ons „toneel", was de aardigheid er eigenlijk af.

Etymologie

*Afgeleid van aardig

Vertalingen

Engelspleasure, fun
Franspleasanterie, plaisir
DuitsFreude
Spaansgracia, lindeza, gentileza