aardpeer
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈartper/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) bepaald soort zonnebloem, , die als vaste plant wordt gekweektIk kijk uit op een van de twee moestuinen. De aardperen staan bijna in bloei, de lathyrus ook.
- (voeding) eetbare knol van die plantWat Mosley zelf eet? Opvallend is dat hij peulvruchten, aardpeer, prei en knoflook bovenaan zijn lijstje darmvriendelijke voedingsvezels (prebiotica) heeft staan.
Etymologie
*, omdat de knol wat peervormig is
Vertalingen
Engelsjerusalem artichoke
Franstopinambour
DuitsTopinambur
Spaansaguaturma, alcachofa de jerusalén, castaña de tierra
RussischТопинамбур
Chinees洋姜
Japansキクイモ
Poolssłonecznik bulwiasty
Zweedsjordärtskocka
Deensjordskok
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek