aardwolf
mannelijk (de)/'artwɔlf/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (roofdieren) , een lid van de familie der hyena's
- (knaagdieren) woelmuis
Etymologie
* Leenwoord uit het Afrikaans, in de betekenis van ‘hyena-achtige’ voor het eerst aangetroffen in 1882
Vertalingen
EngelsAardwolf
DuitsErdwolf
Spaanslobo de tierra, proteles
Deensjordulv
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek