aardworm
mannelijk (de)/ˈartwɔrᵊm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (wormen) in de grond levende worm van de klasse
- regenwormOver enkele weken, na een paar felle najaarsstormen, zijn al die 200.000 bladeren verdwenen en worden ze door de wind voortgejaagd over de bosbodem, waar duizendpoten, maden, slijmzwammen, aardwormen en bacteriën ze zullen verteren tot nederige mulch.
- (plechtig) mens
Etymologie
*samenstelling van aard, (van aarde) en worm
Vertalingen
Engelsearthworm, lombrico
Fransver de terre, lombric
DuitsRegenwurm
Spaanslombriz de tierra
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek