Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
aarspil
mannelijk/vrouwelijk (de)/ΛarspΙͺl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- hoofdas waaraan de bloempjes en later de zaden vastzitten bij grassen,In de aar staat bij kweek het bloempakje met de brede kant tegen de aarspil. Engels raaigras daarentegen staat met de smalle kant van het bloempakje naar de aarspil gekeerd.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek