Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

aartsdomkop

mannelijk (de)/ˈartsdΙ”mkΙ”p/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. pejoratief (pejoratief) iemand met een uitzonderlijk gebrek aan intelligentie
    Hij noemde Maartensz dezelfde domkop, die hij als jongen was op de Haringpakkerij, verwaand en bazig. (…) Hij kon inderdaad inlichten waar getuigenis was te vinden, maar hij ried zijn domme vriend niet in de zaak te roeren, er konden personen bij gemoeid worden in staat de schuld op anderen te leggen. (…) Ten derden male noemde hij hem een aartsdomkop.

Etymologie

*(intensiverende) afleiding van "domkop"