aanhaak

ˈanhak

Wat is de betekenis van aanhaak?

aanhaak betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanhaken

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanhaken

Voorbeelden van "aanhaak" in een zin

  • ... dat ik aanhaak.

Veelgestelde vragen over aanhaak

Wat is de betekenis van aanhaak?

aanhaak betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanhaken

Hoe gebruik je aanhaak in een zin?

Voorbeeld: “... dat ik aanhaak.