aanhaakt

ˈanhakt

Wat is de betekenis van aanhaakt?

aanhaakt betekent: tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanhaken

Betekenis

werkwoord
  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanhaken
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanhaken

Voorbeelden van "aanhaakt" in een zin

  • ... dat jij aanhaakt.
  • ... dat hij aanhaakt.