aanhaakt
ˈanhakt
Wat is de betekenis van aanhaakt?
aanhaakt betekent: tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanhaken
Betekenis
werkwoord
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanhaken
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanhaken
Voorbeelden van "aanhaakt" in een zin
- ... dat jij aanhaakt.
- ... dat hij aanhaakt.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek