aartsketter
mannelijk (de)/'artskɛtər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die niet meer gelooft in 'de ware' religieHet verwijt van Rome was vooral dat hij als aartsketter de eenheid en de vrede van het land had gebroken.Ik loop met vader terug naar huis. „De aartsketter!” barst vader opeens los. „Op de brandstapel ermee! Dat gespuis hoort hier niet vrij rond te lopen!
Etymologie
*(intensiverende) afleiding van ketter
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek