abandon

onzijdig (het)/abɑnˈdɔn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gedraging die duidelijk maakt dat iemand niet langer aanspraak op iets maakt
    Alleen een malariavlieg kan hem uit de kop van de wedstrijd houden. Fysiek en mentaal is hij niet te kraken, zonder pech geen abandon.
    Sedertdien: opleving van onze bedrijvigheid in het door ons bezette gedeelte, vooral Oostkust van Sumatra, maar overigens ellende en in de laatste maanden toenemende onveiligheid op de ondernemingen in ons gebied op Java, die reeds hier en daar tot abandon heeft geleid.

Etymologie

*van "abandon", net als Middelnederlands "abandoen" "borgstelling"