abolitionist
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- voorstander van abolitie (abolitionisme); voorstander van de afschaffing van de slavernij' Ik rook aan zijn dagboeken, aan de kleine leren notitieboekjes die hij als jonge abolitionist in zijn borstzak droeg; ze roken naar warme boter.
Etymologie
*afgeleid van abolitie
Vertalingen
Engelsabolitionist
Fransabolitionniste
Spaansabolicionista
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek