abrikoos

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌabriˈkos/

Wat is de betekenis van abrikoos?

abrikoos betekent: (fruit) vrucht van de boom

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. fruit (fruit) vrucht van de boom
  2. bloemplanten (bloemplanten) bepaald soort boom, . Er bestaan soortkruisingen tussen de abrikoos en de Japanse pruim. Deze soortkruisingen kregen namen als plumcot, aprium en pluot

Voorbeelden van "abrikoos" in een zin

  • Abrikozen smaken heerlijk door de yoghurt.
  • Aan de abrikoos zaten veel abrikozen.

Betekenis en uitleg van abrikoos

Een abrikoos is een kleine, ronde vrucht met een zachte, oranje schil en een zoete, sappige binnenkant. Het is een populaire vrucht die vaak wordt gegeten als tussendoortje of verwerkt in gerechten en desserts.

Het woord 'abrikoos' wordt vaak gebruikt in de context van fruit, vooral in seizoenen waarin deze vruchten rijp zijn. Abrikozen zijn veelzijdig en kunnen zowel vers als gedroogd gegeten worden, en ze zijn een goede bron van vitamines. In de keuken worden ze vaak gebruikt in jam, gebak of als smaakmaker in hartige gerechten.

Voorbeelden

  • Na het sporten geniet ik van een frisse abrikoos als gezonde snack.
  • De abrikozenjam op mijn toast maakte het ontbijt extra lekker.
  • Tijdens de zomermaanden zijn er op de markt volop verse abrikozen te koop.

Woordoorsprong

Het woord 'abrikoos' komt waarschijnlijk van het Latijnse 'prunus armeniacus', wat verwijst naar de Armeense oorsprong van de vrucht.

Veelgestelde vragen over abrikoos

Wat is de betekenis van abrikoos?

abrikoos betekent: (fruit) vrucht van de boom

Hoeveel betekenissen heeft abrikoos?

abrikoos heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft abrikoos?

abrikoos is een mannelijk/vrouwelijk (de).

Wat zijn synoniemen van abrikoos?

Synoniemen van abrikoos zijn: abrikozenboom.

Hoe gebruik je abrikoos in een zin?

Voorbeeld: “Abrikozen smaken heerlijk door de yoghurt.

Etymologie

*van "abricots" (abrikozen) dat geïnterpreteerd is als een enkelvoudige vorm, in de betekenis van ‘vrucht’ aangetroffen vanaf 1625

Vertalingen

Engelsapricot
Fransabricot, abricotier
DuitsAprikose
Spaansalbaricoque, chabacano, damasco
Italiaansalbicocca
Portugeesabricó
Russischабрикос
Chinees杏, 杏子, 杏實
Japans杏子
Koreaans살구
Arabischمشمش
Turkskayısı, zerdali
Poolsmorela
Zweedsaprikos
Deensabrikos