abrupt
/ɑp'rʏpt/
Wat is de betekenis van abrupt?
abrupt betekent: onverwachts optredend
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- onverwachts optredend
bijwoord
- ineens, plotseling, plotsklaps
Voorbeelden van "abrupt" in een zin
- Er was een abrupte verandering in de temperatuur.
- De temperatuur veranderde abrupt.
- Harald bleef abrupt staan.
Etymologie
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘plotseling plaatshebbend’ voor het eerst aangetroffen in 1650
Vertalingen
Duitsabrupt
Engelsabrupt
Portugeesabrupto
Spaanssúbito, brusco, abrupto
csabruptní
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek