accident

onzijdig (het)/ɑksiˈdɛnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. ongeval, ongeluk
  2. muziek (muziek) een afwijking van de door de voortekening vastgelegde toonhoogte van de lijnen op de notenbalk. De afwijking wordt aangegeven door een symbool dat op, of tussen de lijnen van een notenbalk is genoteerd
    Zonder verdere aanwijzingen blijft het accident van kracht tot de maatstreep.
  3. filosofie (filosofie) toevallige eigenschap van iets (itt een essentiële eigenschap)

Etymologie

*Via het van het Latijn "accidens": "ad" "naar" + "cadere" "vallen"

Vertalingen

Engelsaccident, accidental
Fransaccident, accident
DuitsUnfall, Akzidens
Spaansaccidente
Poolswypadek