accident
onzijdig (het)/ɑksiˈdɛnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- ongeval, ongeluk
- (muziek) een afwijking van de door de voortekening vastgelegde toonhoogte van de lijnen op de notenbalk. De afwijking wordt aangegeven door een symbool dat op, of tussen de lijnen van een notenbalk is genoteerdZonder verdere aanwijzingen blijft het accident van kracht tot de maatstreep.
- (filosofie) toevallige eigenschap van iets (itt een essentiële eigenschap)
Etymologie
*Via het van het Latijn "accidens": "ad" "naar" + "cadere" "vallen"
Vertalingen
Engelsaccident, accidental
Fransaccident, accident
DuitsUnfall, Akzidens
Spaansaccidente
Poolswypadek
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek