accumuleren

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) opstapelen, verzamelen, opeenhopen, ophopen.
    In deze periode accumuleerde de economie veel meer kapitaal dan daarvoor.
  2. erga (erga) zich ophopen
    Daar accumuleerde weer meer sneeuw en ijs in, waardoor het proces versterkt werd.

Etymologie

*Van het Engelse accumulate of het Franse accumuler, van het Latijnse 'accumulare' [https://fr.wiktionary.org/wiki/accumuler Wiktionnaire]

Vertalingen

Engelsaccumulate, heap, pile up
Fransaccumuler
Spaansacopiar, acumular