accuraatheid
vrouwelijk (de)/ɑky'rathɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de mate van nauwkeurigheid waarmee men iets doetOver de accuraatheid van de kaarten vertelt Reinder Storm dat de kaarten in ieder geval laten zien wat mensen toen wisten. "Ze werkten toen natuurlijk met beperkte middelen, ze hadden geen drones en satellieten. Maar met die beperkte middelen kwamen ze toch eigenlijk al vrij vroeg een heel eind.Mijn service was een aandachtspunt. Hij is misschien niet supersnel. Maar als ik voor de juiste hoek kies, met de juiste accuraatheid, verdien ik toch veel vrije punten.
- de fractie van juiste uitkomsten van een binaire test (positieve/negatieve testuitslag wel/of niet horend tot een bepaalde klasse)
Etymologie
* afleiding van accuraat
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek