acht

mannelijk/vrouwelijk (de)/ɑxt/

Betekenis

telwoord
  1. "8", het getal tussen zeven en negen
  2. om een hoeveelheid aan te geven
    De totale kosten bedragen acht euro en zevenendertig cent.
  3. om een plaats in een volgorde aan te geven
    Het juiste antwoord op opgave acht is "42".
    "Het is kwart voor acht" wil zeggen: 7:45 of 19:45 uur.
zelfstandig naamwoord
  1. het cijfer 8
    Hij had maar een klein achtje op zijn cijferlijst.
  2. dat wat in een (rang)ordening met 8 is aangeduid
    Het is weer de acht die het niet doet, kunnen we die niet simpel vervangen?
    Hij had allemaal zevens en zesjes en maar één acht op zijn rapport.
  3. traject in de vorm van een acht
    Hij reed achtjes op het lange plein.
  4. groep van 8 eenheden
    Deze acht zijn natuurlijk blij, maar laten we ook denken aan het verdriet van de vier die zijn afgewezen.
zelfstandig naamwoord
  1. vereiste belangstelling of zorg, komt tegenwoordig alleen voor in vaste combinaties als:
    Hij sloeg geen acht op het stopteken en reed door.
    Geef acht!
    Zolang je nog koorts hebt, moet je jezelf in acht nemen.

Etymologie

**: "achten" zonder de uitgang -en

Vertalingen

Engelseight
Franshuit
Duitsacht
Spaansocho
Italiaansotto
Portugeesoito
Russischвосемь
Turkssekiz
Zweedsåtta
Deensotte