achtbaan

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɑxtbaːn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een attractie (meestal op de kermis) bestaand uit een karretje dat over een baan met bochten, stijgingen en dalingen rijdt
    Mogen de kinderen in de achtbaan?
  2. figuurlijk, psychologie (figuurlijk), (psychologie) een opeenvolgende reeks gevoelens en emoties, vaak beurtelings positief en negatief
    Een emotionele achtbaan.
    Nu ben je zenuwachtig, omdat je dit ritje in de achtbaan van je gedachten in precies dezelfde vorm al duizenden keren hebt gemaakt, en ook omdat je zelf je eigen gedachten wilt kiezen.

Etymologie

*Oorspronkelijk was een achtbaan een kermisattractie met een achtvormige weg of spoor.

Vertalingen

Engelsrollercoaster
Fransmontagnes russes
DuitsAchterbahn
Deensrutsjebane